ECLI:NL:RVS:2018:192
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting tijdens hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 30 november 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 8 januari 2018 ongegrond heeft verklaard. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld en geoordeeld dat het verzoek toewijsbaar is om te voorkomen dat de vreemdeling wordt uitgezet gedurende de behandeling van het hoger beroep. Hierbij is onder meer gelet op een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De voorzieningenrechter heeft daarom bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 22 januari 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.