ECLI:NL:RVS:2018:1919

Raad van State

Datum uitspraak
11 juni 2018
Publicatiedatum
12 juni 2018
Zaaknummer
201804470/2/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitvoering verblijfsvergunning na vernietiging besluit rechtbank

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 mei 2015 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na bezwaar verleende de staatssecretaris op 23 augustus 2017 gedeeltelijk de vergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris om een verblijfsvergunning zonder beperking te verlenen met ingang van 1 oktober 2015.

De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven en wees het verzoek tot voorlopige voorziening toe.

Hierdoor hoeft de staatssecretaris voorlopig geen uitvoering te geven aan de uitspraak van de rechtbank, totdat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De staatssecretaris hoeft voorlopig geen uitvoering te geven aan de uitspraak van de rechtbank.

Uitspraak

201804470/2/V1.
Datum uitspraak: 11 juni 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van deze wet, hangende het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
verzoeker,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 26 april 2018 in zaak nr. 17/14387 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 13 mei 2015 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 23 augustus 2017 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleend.
Bij mondelinge uitspraak van 26 april 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en de staatssecretaris opgedragen om aan de vreemdeling binnen zes weken een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zonder beperking te verlenen, met ingang van 1 oktober 2015.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Voorts heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.    Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de staatssecretaris in afwachting van de uitspraak op zijn hoger beroep geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank.
2.    Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de aangevallen uitspraak in hoger beroep in stand zal blijven. Gelet hierop en op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
3.    Het verzoek moet als kennelijk gegrond worden toegewezen.
4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen uitvoering hoeft te geven aan de aangevallen uitspraak voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schuurman, griffier.
w.g. Borman    w.g. Schuurman
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2018
282.