ECLI:NL:RVS:2018:1902
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en verstrekking opvang aan vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 10 april 2018 werd afgewezen. Tevens werd geweigerd haar ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 mei 2018 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegelijkertijd verzocht de vreemdeling om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te ontvangen gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek tot voorlopige voorziening toewijsbaar was, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.