ECLI:NL:RVS:2018:1724
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
Bij besluit van 20 maart 2018 heeft de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 17 april 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 23 mei 2018 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van € 501,00, moet vergoeden. Deze kosten betreffen rechtsbijstand verleend door een derde partij.
De beslissing is genomen met inachtneming van eerdere jurisprudentie, waaronder de uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350), en houdt rekening met de belangen van de vreemdeling gedurende de procedure. De uitspraak is in het openbaar gedaan en ondertekend door voorzieningenrechter Bijloos en griffier Ahmady-Pikart.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.