ECLI:NL:RVS:2014:781
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten uitzettingsuitstel wegens ondeugdelijke motivering
De vreemdelingen verzochten op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om uitstel van uitzetting vanwege medische redenen. De minister wees deze aanvragen aanvankelijk af, waarna de staatssecretaris enkele bezwaren deels honoreerde. De rechtbank verklaarde de beroepen van vreemdeling 2 en 3 niet-ontvankelijk en wees het beroep van vreemdeling 1 af.
De vreemdelingen stelden dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat uitstel van vertrek niet met terugwerkende kracht kan worden verleend en dat vreemdelingen 2 en 3 geen procesbelang hadden. De Afdeling oordeelde dat de besluiten van 7 en 8 februari 2012 ondeugdelijk waren gemotiveerd omdat de staatssecretaris niet had toegelicht waarom het uitstel niet eerder inging.
Verder werd geoordeeld dat vreemdelingen 2 en 3 wel degelijk belang hadden bij een rechtmatigheidsoordeel omdat zij op zelfstandige gronden uitstel konden verkrijgen. Het beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de besluiten van de staatssecretaris vernietigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris tot uitstel van vertrek worden vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.