ECLI:NL:RVS:2018:1550
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van afwijzing toevoeging rechtsbijstand bij verlenging schorsing Koninklijke Luchtmacht
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn aanvraag om toevoeging voor rechtsbijstand bij bezwaar tegen verlenging van zijn schorsing door zijn werkgever, de Koninklijke Luchtmacht. De appellant was geschorst vanwege een strafrechtelijk onderzoek naar geweldpleging met letsel. De werkgever verlengde de schorsing meerdere malen, waarbij de appellant telkens bezwaar maakte en toevoeging voor rechtsbijstand aanvroeg.
De raad voor rechtsbijstand wees de aanvragen af omdat de werkzaamheden onder het bereik van een eerder verleende toevoeging vielen. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze afwijzingen ongegrond. De appellant voerde aan dat de verlengingen verschillende periodes en omstandigheden betroffen, zodat meerdere toevoegingen gerechtvaardigd waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het rechtsbelang waarop de aanvragen betrekking hebben hetzelfde is als waarvoor eerder een toevoeging is verleend, omdat het gaat om een doorlopend arbeidsgeschil met hetzelfde feitencomplex. Ook is geen sprake van behandeling in meer dan één instantie. De rechtbank heeft de zaak dan ook terecht beoordeeld en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag om toevoeging wordt bevestigd.