ECLI:NL:RVS:2018:1432
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen illegale bewoning en bouwkundige voorzieningen achterhuis boerderij te Maarsbergen
Het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug legde op 12 januari 2017 aan appellant een last onder dwangsom op om de bewoning van negen wooneenheden in het achterhuis van zijn boerderij te beëindigen en de bouwkundige voorzieningen te verwijderen, omdat deze zonder vergunning en in strijd met het bestemmingsplan waren gerealiseerd.
Na gedeeltelijke toewijzing van bezwaar en het opleggen van nieuwe lasten op 14 juli 2017, verklaarde de rechtbank het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat de begane grond van het achterhuis onder het gebruiksovergangsrecht viel, maar de rechtbank oordeelde dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de bewoning op 21 januari 1999 bestond en daarna was voortgezet.
Het college trok in januari 2018 de last tot verwijdering van wanden in, nadat een omgevingsvergunning was verleend voor agrarisch gebruik van het achterhuis. Appellant voerde dat de lasten onduidelijk en onevenredig waren en dat er uitzonderingen moesten gelden voor een huurder van hoge leeftijd, maar de Raad van State verwierp deze bezwaren en bevestigde de eerdere uitspraak en het besluit van 16 januari 2018. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het besluit van 16 januari 2018 worden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.