ECLI:NL:RVS:2018:1344
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. Troostwijk
- W. Sorgdrager
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom voor illegale overbrenging afvalvaartuigen
Appellante exploiteert een scheepsrecyclinginrichting en kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder voorafgaande kennisgeving en toestemming overbrengen van vaartuigen die als afvalstof zijn aangemerkt. De staatssecretaris stelde dat de vaartuigen [vaartuig A] en [vaartuig B] afvalstoffen zijn volgens de EVOA, omdat de vorige eigenaren zich ervan wilden ontdoen en de schepen in slechte staat verkeerden.
Appellante voerde aan dat de vaartuigen geen afvalstoffen waren of onder de groene lijst vielen, en dat de last onder dwangsom disproportioneel was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het begrip afvalstof ruim moet worden uitgelegd en dat het gedrag van de houder en de staat van het vaartuig doorslaggevend zijn. De aanwezigheid van gevaarlijke stoffen zoals asbest maakte dat de groene lijst niet van toepassing was.
Verder was de last onder dwangsom proportioneel en passend binnen het handhavingsbeleid. Appellante kon als ontvanger worden aangesproken, ook al werd zij pas eigenaar bij aflevering volgens Belgisch recht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsommen bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de last onder dwangsom en het eerste invorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard.