ECLI:NL:RVS:2018:1273
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwangkosten voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval ondanks medische omstandigheden
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 10 april 2017 spoedeisende bestuursdwang toegepast vanwege het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 aanbieden van huishoudelijk afval. Een doos met een sticker met naam en adres van appellant werd naast een ondergrondse restafvalcontainer aangetroffen. Het college legde een deel van de bestuursdwangkosten (€126,00) bij appellant neer.
Appellant voerde aan dat zij de doos niet onjuist had aangeboden, mede omdat zij op 5 april 2017 een ingrijpende operatie had ondergaan en niet in staat was de doos te plaatsen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de persoon aan wie het afval kan worden herleid in principe als overtreder geldt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat hij niet de overtreding heeft gepleegd.
Hoewel appellant op ruime afstand van de locatie woont en een medische verklaring over haar opname en herstelperiode overlegd werd, oordeelde de Afdeling dat dit niet voldoende is om te concluderen dat appellant niet de overtreding heeft begaan. Het college mocht aannemen dat iemand anders de doos namens haar onjuist heeft aangeboden en dit aan appellant toerekenen. Het bezwaar en beroep van appellant werden ongegrond verklaard en de bestuursdwangkosten blijven voor haar rekening.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de bestuursdwangkosten blijven voor haar rekening.