ECLI:NL:RVS:2018:1250
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning wegens zorgvuldigheidsgebrek
De staatssecretaris verleende de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die later werd ingetrokken met terugwerkende kracht wegens het beëindigen van het huwelijks- of gezinsleven. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de verlening ongegrond en het beroep tegen de intrekking gegrond vanwege een zorgvuldigheidsgebrek: de staatssecretaris had onvoldoende onderzocht of andere gronden voor verlening van toepassing waren.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat een andere beleidsregel (onderdeel C2/10.6 van de Vreemdelingencirculaire 2000) van toepassing was, waarin geen onderzoeksplicht is opgenomen. De Raad van State oordeelde echter dat, gelet op een eerdere uitspraak van 21 mei 2015, ook bij intrekking wegens beëindiging van het gezinsleven een onderzoek naar zelfstandige asielgronden vereist is.
De Raad van State vernietigde daarom het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en bevestigde het overige oordeel van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens een zorgvuldigheidsgebrek.