ECLI:NL:RVS:2018:1246
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 23 augustus 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep op 15 maart 2018 ongegrond. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet-uitzetting in afwachting van het hoger beroep, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350), toewijsbaar was. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt voor de behandeling van het verzoek.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en legde een proceskostenveroordeling van €501,00 op aan de staatssecretaris, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.