ECLI:NL:RVS:2018:1222
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- G.M.H. Hoogvliet
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding valbeveiligingsvoorschriften bij steigerafbraak
Appellante kreeg een boete van €21.600 opgelegd wegens overtreding van artikel 3.16 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, omdat tijdens het afbreken van een steiger op 15 meter hoogte geen adequate valbeveiliging was getroffen. De rechtbank matigde de boete tot €16.200, omdat appellante zich bewust was van de risico’s en instructies gaf, maar geen veilige werkwijze had ontwikkeld.
In hoger beroep stelde appellante dat de deskundige partijdig was, dat het gebruik van collectieve voorzieningen onveilig was en dat de boete onredelijk hoog was omdat deze gebaseerd was op het totaal aantal werknemers in plaats van het steigerbouwonderdeel. De Raad van State oordeelde dat de deskundige onpartijdig was, dat de deskundigenrapporten zorgvuldig waren en dat het gebruik van collectieve voorzieningen mogelijk en niet risicovoller was dan de alternatieven.
Verder werd geoordeeld dat de boete terecht gebaseerd was op het totaal aantal werknemers, omdat de steigerbouwactiviteiten niet in een aparte vestiging waren ondergebracht en de totale omzet aan appellante toekomt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de boete van €16.200 bevestigd.