ECLI:NL:RVS:2018:1093
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding bij last onder bestuursdwang vaartuig
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft appellanten gelast het vaartuig te verwijderen van de ligplaats aan de Danzigerkade wegens het ontbreken van een ligplaatsvergunning. Appellant A werd eigenaar nadat de vorige eigenaar een last onder bestuursdwang had opgelegd gekregen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant A ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was de last op te leggen.
Appellant A stelde dat het besluit van het college een voortzetting was van de oude last en dat het college hem niet in de gelegenheid had gesteld een zienswijze in te dienen. De rechtbank passeerde dit gebrek met artikel 6:22 Awb Pro, maar had volgens de Raad van State ten onrechte nagelaten het college te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De Raad van State bevestigde dat het college bevoegd was tot het opleggen van een nieuwe last onder bestuursdwang en dat er geen zicht op legalisatie was. Het beroep van appellant B werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen bezwaar of beroep had ingesteld.
De Raad van State vernietigde het deel van het vonnis waarin het college niet werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding en gelastte het college alsnog tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant A. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant A wordt gegrond verklaard voor het nalaten van proceskostenvergoeding en griffierecht, het college wordt daartoe veroordeeld, het overige van de uitspraak wordt bevestigd.