ECLI:NL:RVS:2018:1091
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel in Libië
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 augustus 2017 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling ging in beroep bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat in Tripoli geen uitzonderlijke situatie bestond die bescherming op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 rechtvaardigt. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en toetste het besluit van 14 augustus 2017 opnieuw.
De vreemdeling stelde dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ontvoering en ernstige schade, onderbouwd met diverse rapporten en zijn persoonlijke situatie. De staatssecretaris betoogde dat het risico niet aannemelijk was omdat de ontvoerder onbekend is, het losgeld betaald is en de vreemdeling niet tot een risicogroep behoort.
De Afdeling concludeerde dat hoewel ontvoeringen in Libië frequent voorkomen, de vreemdeling niet tot een van de risicogroepen behoort en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij opnieuw ontvoerd zal worden. Het beroep van de vreemdeling faalt en wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.