ECLI:NL:RVS:2018:1088
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden. De vreemdeling stelde dat zij de fax met de termijn voor het indienen van beroepsgronden niet tijdig had ontvangen vanwege een storing bij het bedrijf dat het faxverkeer van haar gemachtigde verzorgt.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk had verklaard, omdat de fax weliswaar op 6 maart 2017 was ontvangen door de e-mailserver van het faxbedrijf, maar door een technische storing niet als notificatie bij de gemachtigde was aangekomen. Dit was een omstandigheid die de vreemdeling niet kon worden toegerekend.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en stelde dat het beroep alsnog ontvankelijk moest worden verklaard. Vervolgens oordeelde de Raad dat het beroep ongegrond is, omdat geen sprake is van een schending van artikel 3 EVRM Pro bij uitzetting. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard na vernietiging van de niet-ontvankelijkverklaring.