ECLI:NL:RVS:2018:1077
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris heeft op 23 januari 2018 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd om ambtshalve uitzetting achterwege te laten. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 februari 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 maart 2018 het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00 die de vreemdeling heeft gemaakt in verband met de behandeling van het verzoek.
De beslissing is genomen met inachtneming van eerdere jurisprudentie en de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos in aanwezigheid van griffier J.E. Engelhart.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.