ECLI:NL:RVS:2018:1072
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris verklaarde de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling gingen in hoger beroep en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep in stand zou blijven en wees het verzoek van de staatssecretaris toe om geen nieuw besluit te hoeven nemen zolang het hoger beroep loopt. Het verzoek van de staatssecretaris om uitzetting van de vreemdeling en diens gezin vóór de uitspraak werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
Het verzoek van de vreemdeling om niet uitgezet te worden en opvang en verstrekkingen te ontvangen tijdens het hoger beroep werd toegewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft geen nieuw besluit te nemen en uitzetting van de vreemdeling is verboden totdat op het hoger beroep is beslist.