ECLI:NL:RVS:2018:1051
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toevoeging voor procedure schadevergoeding wegens genocide buiten Nederlandse rechtssfeer
De zaak betreft een hoger beroep van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die een eerdere afwijzing van een toevoeging voor rechtsbijstand ten behoeve van een procedure tegen Ratko Mladić vernietigde.
Wederpartij vordert een toevoeging voor een procedure op grond van Bosnisch recht wegens genocide gepleegd door Mladić, waarbij zijn vader om het leven kwam. De rechtbank oordeelde dat het rechtsbelang binnen de Nederlandse rechtssfeer ligt vanwege de Nederlandse nationaliteit en woonplaats van wederpartij, en de immateriële schade deels in Nederland is geleden.
De raad stelt zich op het standpunt dat het rechtsbelang niet binnen de Nederlandse rechtssfeer ligt omdat het schadeveroorzakende feit zich in het buitenland voordeed, het buitenlandse recht van toepassing is en er geen verhaalsmogelijkheden in Nederland zijn. De Raad van State volgt de raad en overweegt dat het wonen en de nationaliteit van wederpartij pas na het schadeveroorzakende feit zijn ontstaan en onvoldoende zijn om de Nederlandse rechtssfeer te raken.
Verder oordeelt de Afdeling dat de weigering van toevoeging niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro, omdat de beperking proportioneel is en het recht op toegang tot de rechter niet in essentie wordt aangetast. Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van wederpartij ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij wordt ongegrond verklaard omdat het rechtsbelang niet binnen de Nederlandse rechtssfeer ligt.