ECLI:NL:RVS:2018:1043
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gebiedsverbod burgemeester Amsterdam wegens verstoring openbare orde
Appellante, zonder vaste woon- of verblijfplaats, kreeg op 9 februari 2016 van de burgemeester van Amsterdam een gebiedsverbod opgelegd voor drie maanden, omdat zij herhaaldelijk de openbare orde verstoorde in delen van Amsterdam, waaronder de Albert Cuijpmarkt en de Kalverstraat.
De burgemeester verklaarde het bezwaar van appellante tegen het gebiedsverbod ongegrond, waarna de rechtbank Amsterdam dit besluit op 27 maart 2017 bevestigde. Appellante stelde dat de onschuldpresumptie van toepassing was omdat er een parallel lopende strafrechtelijke procedure was, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de onschuldpresumptie niet van toepassing is omdat er geen strafrechtelijke vervolging was ingesteld en de mutatierapporten slechts meldingen van bedelarij bevatten.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het gebiedsverbod rechtmatig is opgelegd op grond van artikel 172a van de Gemeentewet en de Algemene plaatselijke verordening. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het gebiedsverbod van drie maanden opgelegd door de burgemeester Amsterdam wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.