ECLI:NL:RVS:2018:1022
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Veiligheid en Justitie niet-ontvankelijk werd verklaard bij besluiten van 20 oktober en 15 november 2017. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en vernietigde het besluit, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet-uitzetting en opvang gedurende de periode van het hoger beroep, gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350), toewijsbaar was. De vreemdeling wordt daarom beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep is afgerond.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan de beroepsmatige rechtsbijstand die door een derde werd verleend. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 23 maart 2018 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.