ECLI:NL:RVS:2018:1018
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De staatssecretaris heeft op 3 januari 2018 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd om ambtshalve uitzetting achterwege te laten. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 februari 2018 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet uitgezet zou worden voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen gedurende die periode. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 22 maart 2018 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.