ECLI:NL:RVS:2018:1009
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens veilig derde land Koeweit
De vreemdeling, van Syrische nationaliteit, had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris op 14 maart 2017 niet-ontvankelijk werd verklaard omdat Koeweit als veilig derde land werd beschouwd. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de motivering van Koeweit als veilig derde land voldoende was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat de motivering niet afweek van een eerdere uitspraak waarin deze als ondeugdelijk was beoordeeld.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd eveneens ongegrond verklaard omdat het geen nieuwe rechtsvragen opriep die beantwoording behoefden. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van €501,00.
De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij het aanwijzen van een veilig derde land in asielprocedures en bevestigt de rechtsbescherming van vreemdelingen tegen onvoldoende gemotiveerde besluiten.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wegens Koeweit als veilig derde land en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.