ECLI:NL:RVS:2017:972
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 25 november 2016 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, terwijl de rechtsgevolgen in stand bleven. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Het incidenteel hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, waarbij werd bevestigd dat het stuk van de staatssecretaris als incidenteel hogerberoepschrift moest worden aangemerkt en tijdig was ingediend.
De Afdeling behandelde tevens de inhoudelijke vragen over de aanwijzing van Marokko als veilig land van herkomst en concludeerde dat de staatssecretaris dit terecht had gedaan. De aangevoerde informatie leidde niet tot een ander oordeel.
Daarom werd het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het beroep gegrond werd verklaard. Het beroep werd in die zaak ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris gehandhaafd.