ECLI:NL:RVS:2016:261
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag en inreisverbod wegens nieuwe feiten over risico vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 6 november 2012 de asielaanvraag van de vreemdeling af en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het hoger beroep van de staatssecretaris en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ontvankelijk zijn, ondanks dat deze buiten de wettelijke termijn waren ingesteld, omdat de rechtbank een termijn van vier weken had gesteld in haar uitspraak. De vreemdeling stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de Iraanse autoriteiten niet op de hoogte waren van zijn activiteiten voor de Koerdische Democratische Partij Iran (KDPI).
De Afdeling stelde vast dat sinds het eerdere besluit van 20 oktober 2009 de Iraanse autoriteiten hun monitoring van internet en negatieve aandacht voor KDPI-leden hadden geïntensiveerd. Omdat de vreemdeling via internet herkenbaar is als lid van de KDPI, vormt dit een nieuw feit dat relevant is voor zijn asielaanvraag. De Afdeling vernietigde het besluit van 6 november 2012 en bepaalde dat de staatssecretaris de aanvraag opnieuw moet beoordelen met inachtneming van deze nieuwe feiten.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van 6 november 2012 tot afwijzing van de asielaanvraag en oplegging van inreisverbod is vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.