ECLI:NL:RVS:2017:9
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wegens strafrechtelijke veroordelingen
De korpschef heeft op 18 augustus 2016 de gevraagde toestemming voor appellant om beveiligingswerkzaamheden te verrichten geweigerd op grond van strafrechtelijke veroordelingen. Appellant had een strafbeschikking aanvaard voor een verkeersovertreding en was veroordeeld voor een opiumdelict, wat volgens de Beleidsregels onvoldoende betrouwbaarheid voor de beveiligingsbranche impliceert.
Appellant stelde dat de veroordelingen niet relevant zijn voor beveiligingswerkzaamheden en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden, omdat het onthouden van toestemming hem onevenredig zou benadelen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de korpschef binnen zijn beoordelingsruimte heeft gehandeld, dat de hogere eisen aan beveiligingsmedewerkers terecht zijn, en dat het belang van de veiligheidszorg en de goede naam van de branche zwaarder wegen dan het persoonlijk belang van appellant. Het hoger beroep faalt en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wegens strafrechtelijke veroordelingen.