ECLI:NL:RVS:2016:2544
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlenging vergunning particuliere beveiligingsorganisatie wegens veroordeling huiselijk geweld
Appellant, eigenaar van een particuliere beveiligingsorganisatie, verzocht om verlenging van zijn vergunning en de toestemming om leiding te geven aan zijn bedrijf. De staatssecretaris wees dit af op grond van een veroordeling voor mishandeling en een verdenking van huiselijk geweld, waarbij appellant binnen acht jaar een taakstraf of vrijheidsstraf had gekregen, wat volgens de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Bpbr) een weigering rechtvaardigt.
In hoger beroep stelde appellant dat hij inmiddels vrijgesproken was van mishandeling en dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan. Tevens betoogde hij dat hij niet was gedagvaard voor huiselijk geweld en dat zijn betrouwbaarheid uit zijn lange onberispelijke staat en tevreden opdrachtgevers bleek. De Raad van State nam het arrest van het hof mee waarin appellant vrijgesproken werd van mishandeling, maar constateerde dat hij wel was veroordeeld voor huiselijk geweld, waarvoor hij een taakstraf kreeg.
De Raad oordeelde dat deze veroordeling voldoende grond biedt om te concluderen dat appellant niet beschikt over de betrouwbaarheid en bekwaamheid die nodig zijn voor het werk als beveiliger. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de staatssecretaris niet hoefde af te wijken van de beleidsregels. De omstandigheid dat opdrachtgevers tevreden zijn, weegt niet op tegen de eisen van betrouwbaarheid in deze sector. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de vergunning en toestemming vanwege onvoldoende betrouwbaarheid door een recente veroordeling voor huiselijk geweld.