ECLI:NL:RVS:2017:893
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing asielaanvragen Afghaanse vreemdelingen
De Afghaanse vreemdelingen hadden asielaanvragen ingediend op grond van bedreigingen door de Taliban, waarbij vreemdeling 1, een arts, ontvoerd zou zijn en gedwongen leden van de Taliban te behandelen. De staatssecretaris wees de aanvragen af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas.
De rechtbank had de besluiten vernietigd en de staatssecretaris opgedragen nieuwe besluiten te nemen, waarbij zij het asielrelaas grotendeels geloofwaardig achtte. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de rechtbank buiten de wettelijke toetsingsgrenzen was getreden door haar eigen oordeel te vellen over de geloofwaardigheid.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank inderdaad haar eigen oordeel had vervangen voor dat van de staatssecretaris, wat niet is toegestaan. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en toetste zelf de besluiten. De Raad concludeerde dat de staatssecretaris zijn standpunt over de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas voldoende had gemotiveerd, onder meer vanwege tegenstrijdigheden en ongerijmdheden in de verklaringen van vreemdeling 1.
Het incidenteel hoger beroep van de vreemdelingen werd ongegrond verklaard. De beroepen tegen de afwijzing van de verblijfsvergunningen werden door de Raad van State ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen tegen afwijzing van hun asielaanvragen ongegrond.