ECLI:NL:RVS:2017:874
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen weigering omgevingsvergunning bedrijfswoning op grond van Wet bibob
Het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal weigerde op 30 september 2014 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning met bedrijfsruimte te Alphen te verlenen aan wederpartij A, op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet bibob). Het bezwaar van wederpartij A werd gedeeltelijk gegrond verklaard, maar het college handhaafde de weigering met gewijzigde motivering. De rechtbank verklaarde het beroep van wederpartij A gegrond en vernietigde het besluit voor zover het bezwaar ongegrond was verklaard, met de opdracht aan het college een nieuw besluit te nemen.
Het college stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, omdat het vreest dat na vergunningverlening gebouwd kan worden voordat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag of artikel 4, tweede lid, van de Wet bibob toepasselijk is op de weigering niet in deze voorlopige voorziening kan worden beoordeeld. Ook is er twijfel over de toepassing van het met bijstandsfraude verkregen voordeel bij de beoordeling van ernstig gevaar.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het college waarschijnlijk niet in staat zal zijn om het bezwaar met een andere motivering te handhaven en dat het verlenen van de vergunning tijdens de bodemprocedure de procedure zou ondermijnen. Daarom werd bepaald dat het college geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: Het college hoeft geen nieuw besluit op bezwaar te nemen totdat het hoger beroep is beslist.