ECLI:NL:RVS:2017:805
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verstrekking nationaal paspoort wegens ontbreken Nederlandse nationaliteit
Appellant, geboren in 1995 in Pakistan, kreeg in 2004 en 2009 ten onrechte een nationaal paspoort verstrekt. De minister weigerde in 2015 opnieuw een paspoort te verstrekken omdat appellant nooit de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen, aangezien zijn vader ten tijde van zijn geboorte nog geen Nederlander was.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen Nederlandse nationaliteit heeft en verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte artikel 10 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap niet had beoordeeld en dat het vertrouwensbeginsel en het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel van toepassing waren.
De Raad van State verwierp deze beroepen. Artikel 10 RWN Pro betreft alleen bijzondere gevallen van naturalisatie en niet de verstrekking van een paspoort. Het vertrouwensbeginsel kan niet leiden tot verkrijging van de nationaliteit. Ook het beroep op het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel faalt omdat appellant nooit de Nederlandse nationaliteit of het EU-burgerschap heeft gehad.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de minister om appellant een nationaal paspoort te verstrekken omdat appellant nooit de Nederlandse nationaliteit heeft gehad.