ECLI:NL:RVS:2017:652
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J. Kramer
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bevoegdheid CBR tot keuring na tussentijdse toets en weigering verklaring geschiktheid
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) weigerde aan wederpartij een verklaring van geschiktheid te geven op grond van een psychiatrisch rapport dat aanwijzingen bevatte voor een psychiatrische stoornis met risicofactoren. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het CBR niet bevoegd was een keuring te vorderen omdat het vermoeden van ongeschiktheid tijdens een tussentijdse toets was gerezen en niet tijdens het praktijkexamen.
De Raad van State stelde vast dat de tussentijdse toets, hoewel niet verplicht, onderdeel uitmaakt van het praktijkexamen en dat tijdens deze toets alle examenonderdelen worden getoetst volgens de officiële exameneisen. Hierdoor is het CBR bevoegd om op grond van artikel 101, eerste lid, aanhef en onder c, van het Reglement rijbewijzen een keuring te vorderen wanneer tijdens de tussentijdse toets een vermoeden van ongeschiktheid ontstaat.
Verder oordeelde de Afdeling dat het psychiatrisch rapport, ondanks dat de wederpartij zich niet wilde laten onderzoeken, voldoende grond bood voor het negatieve advies en de weigering van de verklaring van geschiktheid. Het hoger beroep van het CBR werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het besluit van 12 mei 2015 alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CBR is gegrond verklaard en het beroep tegen het besluit tot weigering van de verklaring van geschiktheid is ongegrond verklaard.