ECLI:NL:RVS:2017:614
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot huurtoeslag wegens DigiD-fraude niet aannemelijk
Appellant ontving in 2011 huurtoeslag voor een adres, maar de Belastingdienst/Toeslagen herzag het voorschot naar nihil omdat appellant niet op dat adres woonde. Appellant stelde dat hij geen toeslag had aangevraagd en dat fraude met zijn DigiD was gepleegd. De rechtbank oordeelde dat de aanvraag met zijn DigiD was ondertekend en dat de Belastingdienst mocht aannemen dat appellant of iemand met zijn toestemming de aanvraag deed. Appellant had geen bewijs van DigiD-fraude overlegd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het bankrekeningnummer niet van hem was, de handtekening niet van hem was en dat de aanvrager iemand anders was. Hij had aangifte gedaan tegen een medebewoner van het AZC waar hij verbleef. De Afdeling overwoog dat het bevoorschottingssysteem is ingericht op vertrouwen in de door de aanvrager verstrekte gegevens en dat controles pas achteraf plaatsvinden. De Belastingdienst hoefde niet vooraf te verifiëren. Ook hoefde het rekeningnummer niet te worden gecontroleerd omdat bijschrijving op rekening van een ander was toegestaan.
De Afdeling bevestigde dat een digitaal met DigiD ondertekende aanvraag in beginsel aan de belanghebbende wordt toegerekend, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat fraude buiten zijn risicosfeer ligt. Omdat appellant zijn DigiD aan een ander had verstrekt, kwam de fraude voor zijn rekening en risico. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de herziening van het voorschot huurtoeslag 2011 naar nihil bevestigd.