ECLI:NL:RVS:2017:564
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en gegrondverklaring beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 1 januari 2017 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank Den Haag heeft deze maatregel op 18 januari 2017 onrechtmatig verklaard vanaf 15 januari 2017 en de opheffing bevolen.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de maatregel van aanvang af onrechtmatig was, omdat hij voorafgaand aan oplegging psychische klachten had gemeld en de staatssecretaris geen kenbare belangenafweging had gemaakt. De Raad van State oordeelt dat de maatregel inderdaad van aanvang af onrechtmatig is, omdat de staatssecretaris ten onrechte heeft aangenomen dat de vreemdeling geen feiten en omstandigheden had aangevoerd die de maatregel onevenredig bezwarend maken.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond en kent een vergoeding toe over de periode van 1 tot 16 januari 2017. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Een bevel tot opheffing is achterwege gebleven omdat de maatregel reeds is opgeheven.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel is van aanvang af onrechtmatig verklaard en het beroep van de vreemdeling is gegrond verklaard.