ECLI:NL:RVS:2015:2003
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling en toekenning schadevergoeding
Bij besluit van 22 mei 2015 werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd aan de vreemdeling, die nadien werd voortgezet. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was wegens gebrek aan motivering en beval opheffing van de maatregel met toekenning van schadevergoeding.
De staatssecretaris ging tegen dit vonnis in hoger beroep en voerde aan dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing was op de vreemdeling en dat de motiveringsvereisten niet gelden voor de vrijheidsontnemende maatregel krachtens artikel 6 Vreemdelingenwet Pro 2000. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze grieven en bevestigde dat de motiveringsplicht ook geldt voor deze maatregel, mede gelet op jurisprudentie van het Hof van Justitie en eerdere uitspraken van de Afdeling.
De Afdeling oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een kenbare motivering waarom niet met een lichter middel kon worden volstaan. De maatregel moest worden opgeheven en de vreemdeling kreeg een schadevergoeding van €800,- toegekend. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €490,- ten behoeve van de rechtsbijstand van de vreemdeling.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en motivering bij vrijheidsontnemende maatregelen in het vreemdelingenrecht, ook wanneer de Terugkeerrichtlijn niet rechtstreeks van toepassing is.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.