ECLI:NL:RVS:2017:522
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom opgelegd aan vergunninghouder voor milieumelding
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland legde aan Chemours Netherlands B.V. een last onder dwangsom op wegens het niet tijdig melden van ongewone voorvallen in de Delrinfabriek, conform artikel 17.2 van de Wet milieubeheer. Chemours betwistte dit en verzocht om schorsing van het besluit, stellende dat zij als vergunninghouder niet de drijver van de inrichting is en daarom niet kan worden aangesproken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat artikel 17.2 Wet milieubeheer zich richt tot de drijver van de inrichting en niet tot de vergunninghouder. Het college had onvoldoende gemotiveerd waarom Chemours, naast DuPont als feitelijke exploitant, als overtreder moest worden aangemerkt. De aangehaalde Site Services Agreement bood geen voldoende grondslag om te concluderen dat Chemours reële zeggenschap heeft over de activiteiten van DuPont in de Delrinfabriek.
Daarom werd het besluit van 22 december 2016 en het gewijzigde besluit van 22 februari 2017 geschorst. Ook werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De schorsing geldt tot zes weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar, met mogelijkheid tot verlenging bij een nieuw verzoek.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de last onder dwangsom opgelegd aan Chemours wegens onvoldoende motivering van haar aansprakelijkheid als overtreder.