ECLI:NL:RVS:2017:497
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- W. Sorgdrager
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning en bouwhoogte bijgebouw in strijd met bestemmingsplan
Appellant heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een gebouw met een oppervlakte van 34 m² en een bouwhoogte van 5,70 m op zijn perceel te Baarn, bedoeld voor meubelstoffeerderij en berging. Het college verleende aanvankelijk de vergunning, maar herzag dit besluit na bezwaar van belanghebbenden en weigerde de vergunning wegens strijdigheid met het bestemmingsplan.
De rechtbank vernietigde het besluit van het college tot weigering, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Appellant stelde in hoger beroep dat het gebouw als hoofdgebouw of uitbreiding van de woning moest worden aangemerkt, waardoor een hogere bouwhoogte toegestaan zou zijn. Tevens stelde hij dat het college ten onrechte buiten de grondslag van de bezwaren het bouwplan had getoetst aan het bestemmingsplan.
De Afdeling oordeelt dat het college bevoegd was om het besluit op bezwaar te nemen en dat toetsing aan het bestemmingsplan ook buiten de ingebrachte bezwaren mogelijk is. Het gebouw is een vrijstaand bouwwerk op een ander bouwvlak dan de woning en kan daarom niet als uitbreiding of hoofdgebouw worden beschouwd. Het betreft een bijgebouw dat ondergeschikt is aan de woning, waarvoor een maximale bouwhoogte van 5 m geldt. Het gebouw met 5,7 m overschrijdt deze hoogte en is daarmee in strijd met het bestemmingsplan. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.