ECLI:NL:RVS:2017:495
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderopvangtoeslag 2008 en 2009 na fraude gastouderbureau
De Belastingdienst/Toeslagen herzag in 2010 het voorschot kinderopvangtoeslag van appellant voor 2008 naar €5.826,00. Appellant maakte bezwaar tegen de vaststelling en stelde dat hij recht had op toeslag ondanks fraude door het gastouderbureau. De rechtbank vernietigde het besluit op bezwaar van 2014, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Raad van State oordeelt dat appellant onvoldoende heeft aangetoond kosten voor kinderopvang te hebben gedragen, mede omdat een deel van de ouderbijdrage werd geschonken door de gastouder. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor toeslag in 2008. Tevens is de Belastingdienst niet bevoegd om na vijf jaar het voorschot lager vast te stellen dan het laatst toegekende bedrag, waardoor het voorschot van €5.826,00 definitief is.
Voor 2009 stelde de Belastingdienst het voorschot op nihil wegens niet-betaling van kosten en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De Raad van State bevestigt dat appellant het bezwaar te laat indiende en dit niet verschoonbaar is, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand liet, verklaart het bezwaar tegen het besluit van 2010 ongegrond en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. De overige delen van de uitspraak van de rechtbank worden bevestigd. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 2010 wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen het besluit van 2014 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.