ECLI:NL:RVS:2017:3621
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 18 april 2017 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het risico dat hij zich aan het toezicht zou onttrekken. De rechtbank had deze bewaring onterecht gegrond verklaard en schadevergoeding toegekend. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris terecht meerdere gronden, waaronder het niet nakomen van de meldplicht, aan de bewaring ten grondslag heeft gelegd. De vreemdeling was op de hoogte van zijn meldplicht en heeft deze niet nageleefd, ondanks zijn stelling dat hij zich had afgemeld.
Verder is vastgesteld dat de staatssecretaris voldoende voortvarend heeft gehandeld bij de uitzetting van de vreemdeling naar Italië, ondanks een vertraging van de vlucht. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.