ECLI:NL:RVS:2017:3616
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie bij besluit van 7 maart 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 1 december 2017 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdeling verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat hij niet zou worden uitgezet voordat het hoger beroep was beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen gedurende deze periode. De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek op grond van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350) toewijsbaar was.
De voorzieningenrechter besloot bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 29 december 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.