ECLI:NL:RVS:2017:3549
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep staatssecretaris tegen afwijzing verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 7 september 2015 de aanvraag van een vreemdeling met de Turkse nationaliteit voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit had vernietigd, omdat de standstill-bepaling niet was geschonden en de afwijzing terecht was gebaseerd op het advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
De Afdeling behandelde tevens het bezwaar van de vreemdeling dat hij niet gehoord was in de bezwaarprocedure, maar oordeelde dat de staatssecretaris niet onrechtmatig had gehandeld omdat de vreemdeling geen aanvullende informatie had aangevoerd die niet eerder was ingebracht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.