Eisers, Turkse zelfstandigen werkzaam in de afbouwbranche, verzochten om verblijfsvergunningen voor arbeid als zelfstandige. Verweerder wees negen aanvragen af, mede op basis van negatieve adviezen van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO), die een negatief effect op de markteconomie en werkgelegenheid aannam.
Eisers stelden dat de RvO het verdringingseffect strenger toetste dan in eerdere jaren, wat in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel en de standstill-bepaling van het Associatieverdrag tussen Turkije en de EU. De rechtbank oordeelde dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt omdat de eerdere positieve adviezen betrekking hadden op andere periodes of branches.
De rechtbank stelde echter vast dat verweerder de markt- en werkgelegenheidssituatie strenger hanteerde dan in 2012 en 2013 zonder dat de relevante cijfers dit rechtvaardigen, wat strijdig is met de standstill-bepaling. Daarom vernietigde de rechtbank zeven bestreden besluiten en droeg verweerder op nieuwe besluiten te nemen. De beroepen van eisers 6 en 9 werden ongegrond verklaard vanwege andere gegronde redenen voor afwijzing.