ECLI:NL:RVS:2017:3541
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen tijdens hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 23 mei 2017 de aanvragen van de vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 3 november 2017 de beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 december 2017 het verzoek tot voorlopige voorziening behandeld. Het verzoek hield in dat de vreemdelingen niet uitgezet zouden worden voordat op het hoger beroep was beslist en dat zij gedurende die periode opvang en verstrekkingen zouden ontvangen.
Gelet op de omstandigheden en eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350) is het verzoek toewijsbaar bevonden. Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.