ECLI:NL:RVS:2017:3539
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling heeft bij besluit van 13 april 2017 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond op 17 oktober 2017. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 19 december 2017 het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, begroot op €495,00, dient te vergoeden.
De beslissing is genomen met inachtneming van eerdere jurisprudentie, met name de uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De voorzieningenrechter achtte het verzoek gegrond en passend in de gegeven omstandigheden, waardoor de vreemdeling gedurende de procedure opvang en verstrekkingen kan ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.