ECLI:NL:RVS:2017:3465
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 oktober 2017 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 27 november 2017 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. De vreemdeling mocht niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen moet ontvangen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €495,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.B.M. Hent op 15 december 2017.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.