ECLI:NL:RVS:2017:3462
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep asielweigering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 mei 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 november 2017 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij werd gevraagd om uitzetting te voorkomen en opvang en verstrekkingen te garanderen gedurende de beroepsprocedure, op grond van eerdere jurisprudentie toewijsbaar was. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van €495 aan proceskosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 14 december 2017 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.