ECLI:NL:RVS:2017:3408
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag op grond van de 70%-regeling
De zaak betreft het hoger beroep van een alleenstaande ouder tegen de definitieve vaststelling van kinderopvangtoeslag over 2012 en 2013 door de Belastingdienst/Toeslagen, waarbij teveel ontvangen voorschotten werden teruggevorderd op basis van de 70%-regeling. Deze regeling beperkt het aantal uren opvang dat voor toeslag in aanmerking komt tot maximaal 70% van het aantal gewerkte uren van de minst werkende ouder.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard en overwogen dat de 70%-regeling niet buiten toepassing kan worden gelaten en niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de regeling in strijd is met de vrijheid van arbeid en vrije toegang tot de arbeidsmarkt, met name voor vrouwen, en dat zij onvoldoende was geïnformeerd over de regeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de 70%-regeling de exceptieve toets kan doorstaan en dat de regeling niet in strijd is met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen. De verwijzing naar internationale verdragen en jurisprudentie over bevallingsverlof is niet relevant voor de maximering van kinderopvangtoeslaguren. Ook het betoog over onvoldoende informatievoorziening faalt omdat een voorlichtingsbrief was verzonden.
De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van teveel ontvangen kinderopvangtoeslag op basis van de 70%-regeling blijft gehandhaafd.