ECLI:NL:RVS:2017:3399
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid asielaanvraag wegens ongeloofwaardige vrees voor bloedwraak
De staatssecretaris wees de asielaanvraag van de vreemdeling af, legde een vertrekopdracht op en vaardigde een inreisverbod uit. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht geloof hechtte aan de betrokkenheid van familieleden bij een gewapende overval en de moord op een broer, maar het verband tussen deze feiten en de persoonlijke vrees van de vreemdeling voor bloedwraak onvoldoende aannemelijk was gemaakt. De vreemdeling had dit verband niet uit eigen beweging toegelicht, noch tijdens het gehoor, noch in de procedure.
De Raad stelde vast dat de staatssecretaris de relevante elementen van het asielrelaas afzonderlijk en in samenhang had gewogen en dat de vreemdeling zelf nooit persoonlijk was bedreigd. De vrees voor bloedwraak werd daarom als ongeloofwaardig beoordeeld.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht geen vertrektermijn had gesteld en een inreisverbod had uitgevaardigd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.