ECLI:NL:RVS:2017:2848
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid seksuele gerichtheid
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af, omdat hij de gestelde seksuele gerichtheid van de vreemdeling ongeloofwaardig achtte. De vreemdeling ging in beroep tegen deze afwijzing en de rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister zijn afwijzing onvoldoende had gemotiveerd. De minister had terecht gewezen op tegenstrijdigheden in de verklaringen van de vreemdeling over zijn seksuele gerichtheid, het proces van bewustwording en zelfacceptatie, en het ontbreken van overtuigende verklaringen.
Ook had de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de minister de vreemdeling niet mocht tegenwerpen dat hij in het eerste gehoor verklaarde geen stiefbroer te hebben, terwijl dat later anders bleek. De Raad van State stelde dat het de verantwoordelijkheid van de vreemdeling is om alle relevante elementen van zijn asielrelaas uit eigen beweging naar voren te brengen.
Verder was het onjuist dat de rechtbank vond dat nader onderzoek naar de relatie van de vreemdeling met COC Nederland nodig was. De minister had voldoende redenen om de aanvraag af te wijzen. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.