ECLI:NL:RVS:2017:3289

Raad van State

Datum uitspraak
29 november 2017
Publicatiedatum
30 november 2017
Zaaknummer
201704999/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing duurzaam verblijfsrecht EU-burger

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 juni 2016 de aanvraag van een vreemdeling om een document voor duurzaam verblijfsrecht als EU-burger af. Na een ongegrond verklaard bezwaar door de staatssecretaris, verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.

De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtsvragen reeds waren beantwoord in een eerdere uitspraak en dat de grieven van de staatssecretaris slaagden. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.

De Afdeling verklaarde vervolgens het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer, waarbij mr. C.M. Wissels als lid en mr. R.M. Ahmady-Pikart als griffier aanwezig waren.

Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.

Uitspraak

201704999/1/V3.
Datum uitspraak: 29 november 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 24 mei 2017 in zaak nr. 16/23247 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de staatssecretaris.
Procesverloop
Bij besluit van 8 juni 2016 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document waaruit zijn duurzaam verblijfsrecht als burger van de Unie blijkt, afgewezen.
Bij besluit van 15 september 2016 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 24 mei 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 8 juni 2016 herroepen en bepaald dat de staatssecretaris aan de vreemdeling het door hem gevraagde document verleent.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.
De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.C. van Asperen, advocaat te Rotterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    De in het hogerberoepschrift opgeworpen rechtsvragen heeft de Afdeling bij uitspraak van 15 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3170, beantwoord. Uit de overwegingen van die uitspraak, waarbij de Afdeling blijft, volgt dat de grieven slagen.
2.    Het hoger beroep is kennelijk gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 15 september 2016 van de staatssecretaris alsnog ongegrond verklaren.
3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    verklaart het hoger beroep gegrond;
II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 24 mei 2017 in zaak nr. 16/23247;
III.    verklaart het door de vreemdeling bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Ahmady-Pikart, griffier.
w.g. Wissels    w.g. Ahmady-Pikart
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 november 2017
638-644.