ECLI:NL:RVS:2017:3241

Raad van State

Datum uitspraak
27 november 2017
Publicatiedatum
28 november 2017
Zaaknummer
201708822/2/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • A.B.M. Hent
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbWet Centraal Orgaan opvang asielzoekers
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep asielzaak

Bij verschillende besluiten van 25 april 2017 heeft de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde op 1 november 2017 de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Hiertegen stelden de vreemdelingen hoger beroep in en verzochten zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek om niet-uitzetting en opvang gedurende de beroepsprocedure, gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350), toewijsbaar is. De staatssecretaris wordt bovendien veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €495,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand.

De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en dat de staatssecretaris de proceskosten vergoedt. De uitspraak is gedaan op 27 november 2017 door mr. A.B.M. Hent, voorzieningenrechter.

Uitkomst: Vreemdelingen worden niet uitgezet zolang het hoger beroep loopt en staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

201708822/2/V2.
Datum uitspraak: 27 november 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling 1], [de vreemdeling 2], [de vreemdeling 3], [de vreemdeling 4] en [de vreemdeling 5], mede voor haar minderjarige kind,
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 1 november 2017 in zaak nr. NL17.2506, NL17.2507, NL17.2508, NL17.2509 en NL17.2510 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij onderscheiden besluiten van 25 april 2017 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 1 november 2017 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld.
Voorts hebben de vreemdelingen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.    De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hun gedurende die periode opvang en verstrekkingen voorzien bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers worden geboden.
2.    Gelet op wat is aangevoerd, komt het verzoek, in het licht van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 20 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3350, op na te melden wijze voor toewijzing in aanmerking.
3.    De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist;
II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. A.B.M. Hent, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.C.S. Bakker, griffier.
w.g. Hent    w.g. Bakker
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2017
594.