ECLI:NL:RVS:2017:3238
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vaardigde op 18 juni 2016 een terugkeerbesluit uit waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde wegens een gebrek aan individuele belangenafweging en onvoldoende motivering.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat geen individuele belangenafweging had plaatsgevonden. Uit het proces-verbaal van gehoor bleek dat de vreemdeling was gehoord en dat de staatssecretaris rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden, die echter onvoldoende waren om een vertrektermijn toe te kennen.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris het terugkeerbesluit en het inreisverbod voldoende had gemotiveerd, mede omdat de vreemdeling geen relevante persoonlijke omstandigheden had aangevoerd die het onthouden van een vertrektermijn of het opleggen van het inreisverbod disproportioneel maakten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod blijven in stand.